Blussing met CO2

 

Om bepaalde brandhaarden te blussen is het gebruik van CO2 als blusgas nog steeds te verkiezen.

Koolstofdioxide, doorgaans koolzuur of CO2 genoemd, is gasvormig onder atmosferische omstandigheden.  CO2-gas is kleurloos, reukloos en elektrisch niet geleidend.

 

Zijn eigenschappen maken het bijzonder geschikt als blusmiddel : net omdat het een nagenoeg chemisch neutraal gas is richt het geen schade aan bij het blussen en tast het materialen niet aan.  Uit lokalen, die niet in een kelder gelegen zijn, verdwijnt de CO2, na een lozing, gewoon door natuurlijke ventilatie.

 

CO2 is goedkoop en er zijn vele vulstations.

CO2 wordt gestockeerd in stalen hogedrukflessen, meestal in hoeveelheden van 30 en 50 kg per fles.  Bij 20̊C bedraagt de druk in de fles zowat 58 bar (5,8 MP) en is het koolzuur onder hoofdzakelijk vloeibare vorm in de fles aanwezig.

De bluswerking:

De brand wordt geblust doordat een gedeelte van de lucht uit de ruimte door CO2 vervangen wordt en zo de concentratie van de zuurstof snel verlaagd wordt.  Bij deze lage zuurstofconcentratie kan een brand niet langer onderhouden worden.

Verdamping en opwarming van de CO2 onttrekt warmte aan de omgeving en de afkoeling die daardoor ontstaat draagt bij tot de blussing en verhindert herontbranding.

gestuurd worden.

Toepassingsgebieden:

CO2 kan op twee manieren aangewend worden om te blussen :

 

  •  Door het inbrengen in een 'gesloten' volume, van een hoeveelheid CO2, afhankelijk van de aard van het risico - "blussing door verzadiging".

Deze wijze van blussen wordt toegepast als de producten of materialen, die brand kunnen veroorzaken, zich verspreid in een eerder beperkt volume bevinden.

Men kan dan te maken krijgen met een oppervlaktebrand, zoals die kan optreden bij brandbare vloeistoffen.  Voorbeelden hiervan zijn opslagruimtes voor solventen, lokalen met benzine- of dieselmotoren, verfspuitcabines.
Ook branden waarbij stoffen kunnen gaan gloeien, of ‘diepliggend vuur’ kunnen met CO2 geblust.  De eigenschappen van CO2 worden hier benut om herontbranden te voorkomen of om de brand geen verdere uitbreiding te laten nemen zodat hij met andere middelen gemakkelijk te bestrijden is.  Hier is de tijd tijdens dewelke deze concentratie behouden blijft van groot belang.  Daarom is het ook nodig dat de beschermde ruimte goed afgesloten blijft.  Hiervan zijn voorbeelden : kabeltunnels, lokalen met stroomgenerators, lokalen met elektrische schakel-apparatuur.

 

  • Door het omsluiten of afdekken van een vrijstaand risico gedurende minstens 30 seconden : men spreekt van een plaatselijke beveiliging.

-  van een oppervlak: impregneerbaden, friteuses,

-  van een lichaam: motoren, alternators, ... die opgesteld staan in een ruimte die te groot is voor het toepassen van een blussing door verzadiging.

Voorzorgen:

Er zit een gevaar vast aan het blussen met CO2, zeker als het over 'verzadiging' gaat binnen een ruimte waarin mensen aanwezig kunnen zijn.  Het is niet alleen zo dat de lage zuurstofconcentratie de ademhaling bemoeilijkt en de plotse afkoeling voor een dichte mist zorgt, de aanwezigheid van een hoge CO2-concentratie op zichzelf is een bedreiging.

Om ongevallen te vermijden moet belet worden dat het blussysteem kan werken zolang er mensen in het lokaal zijn of moet een blussing voorafgegaan worden door een duidelijk evacuatiealarm.  Dan zijn vereist:

-  een niet-elektrische vertrager en een pneumatische evacuatiesirene

-  een blokkeerinrichting waarmee het uitstromen van de CO2 tijdelijk kan belet worden.  Potentiaalvrije hulpcontacten ervan moeten wel aan het bluspaneel aangeven dat de blusmogelijkheid tijdelijk uitgeschakeld is.

Permanente controle van staat van de installatie:

Omdat een drukmeting de dampspanning van CO2 aanduidt is ze niet geschikt om aan te geven of een fles nog haar oorspronkelijk gewicht CO2 heeft behouden.  Enkel door controle van het gewicht van de flessen of van de hoeveelheid CO2 kan dat nagegaan worden. Vaak wordt voor een permanente gewichts- of inhoudscontrole gekozen en sommige regels eisen die ook.  Voor de permanente inhoudscontrole passen we nu een elektronische meting toe van de elektrische capaciteit van de CO2 in de cilinders.

 

Richtingsventielen:

Verschillende in mekaars nabijheid gelegen risico's kunnen beschermd worden met één enkele blusmiddelvoorraad, die, door gebruik te maken van richtingsventielen, naar één van deze risico's kan