FM-200®- en FE-25-BLUSSING

(HFC227ea en HFC125)

Heptafluoropropaan - HFC227ea (in de normen en regels  – door fabrikant Dupont de Nemours FM-200® genoemd ) en Pentafluoroethaan (door fabrikant Dupont de Nemours FE-25™ genoemd en door Fike Corporation : Ecaro25™) zijn blusmiddelen met chemische samenstelling.  De producten worden ook nog voor andere doeleinden aangewend.

De bluswerking berust op meerdere fenomenen waarvan het voornaamste de fysische koeling is, die erdoor veroorzaakt wordt.  Daarnaast is er ook nog een chemische inwerking op de verbrandingsreactie, zoals die al van bij de Halonen bekend is.

Er is slechts een geringe volumeconcentratie nodig (voor computerzalen : 7% (bij HFC227ea - volgens NFPA-regel) à 8,5% (bij HFC227ea - volgens EN 15004-5).  HFC227ea en HFC125 zijn door samendrukking vloeibaar gemaakt gassen en worden in vloeibare toestand opgeslagen in de reservoirs.

In de regels wordt vastgelegd dat het grootste deel van het gas moet uitgestroomd zijn en vermengd met de lucht binnen de 10 seconden.  De blusvoorwaarden zijn daarmee al in een kortere tijdspanne vervuld, omdat de nodige hoeveelheid met toepassing van een veiligheidsfactor wordt berekend.

Bij blussing met inerte gassen gebeurt de uitstroming van een gelijkwaardige hoeveelheid binnen de 60 of 120 seconden.

 

Er is een duidelijk verschil in de afmetingen van de plaats, die moet voorzien worden voor opslag van HFC227ea of HFC125 en van inerte gassen.  Niet alleen de plaats ingenomen door één of meer reservoirs is kleiner dan die nodig om er de inert-gascilinders te plaatsen.  De volledige batterij inert-gascilinders kan een gewicht bereiken waarop de toelaatbare vloerbelasting niet berekend is.  De inert-gascilinders kunnen dan wel bvb. in de plaats van op 2 (of 3) rijen, in slechts één enkele rij opgesteld worden, maar de ingenomen ruimte gaat daardoor dan weer omhoog.

 

Wanneer een blussysteem met inert gas gebouwd wordt is het soms moeilijk om een oplossing te vinden voor de overdruk, die gegenereerd wordt.

Bij de uitblazing van blusgassen HFC227ea of HFC125 wordt eerst een onderdruk gevormd en nadien een overdruk.   Recente tests hebben uitgewezen dat de onderdruk, bekomen bij een ontlading van HFC227ea, hoger is dan de erna gecreëerde overdruk.  Met HFC125 zijn de waarden van onder- en overdruk nagenoeg gelijk en niet zo erg groot.  Bij blussing met chemische blusgassen is er een hogere graad van dichtheid nodig dan met het inert-gasmengsel IG55 om de blusvoorwaarden gedurende de voorgeschreven (meestal 10 minuten) inhibitietijd te kunnen aanhouden.  Om er zeker van te zijn dat de toelaatbare waarden van onder- en overdruk niet zullen worden overschreden zijn er onder- en overdrukkleppen te voorzien.

HFC227ea en HFC125 zijn geschikt voor gebruik in bemande ruimten.  Er werd een NOAEL en LOAEL voor bepaald.

 

Voor HFC227ea is de NOAEL-grens 9% en is de hoogste volumeconcentratie waarbij geen enkele toxicologisch of fysiologisch schadelijke invloed werd vastgesteld.  NOAEL is de afkorting voor No Observed Adverse Effect Level.

De LOAEL-grens ligt bij 10,5% en is de laagste volumeconcentratie waarbij enige schadelijke invloed kon worden vastgesteld (Lowest Observable Adverse Effect Level)

 

Voor blussing in computerruimten of elektrische risico’s wordt noch de ene noch de andere grens overschreden.  Wanneer een hogere blusconcentratie moet worden toegepast voor het blussen van brandbare vloeistoffen, die dat vereisen, zijn er extra veiligheidsmaatregelen te voorzien.  Kunnen concentraties boven de LOAEL worden bereikt, dan is een hoofdafsluiter of een blokkeermogelijkheid te voorzien.  Zoals dat voor alle automatische blusinstallaties voor bescherming van bemande ruimten het geval is, moet de uitstroming van het blusgas voorafgegaan worden door een evacuatiesignaal.

 

In opslag- of archiefruimten kan het voorkomen dat een groot deel van het volume, waarop de hoeveelheid blusmiddel berekend werd, ingenomen wordt door opgeslagen goederen.  Zo kan het gebeuren dat de werkelijk bekomen concentratie tussen NOAEL en LOAEL, of zelfs boven LOAEL ligt terwijl de hoeveelheid HFC227ea berekend werd voor het bekomen van 7 of 7,9%.

 

Met HFC125 komt men met de blusconcentraties volgens ISO 14520 altijd boven de LOAEL uit maar is gebruik in bemande ruimten toch toegestaan omdat aangetoond is (met “physiologically based pharmacokinetic (PBPK) modeling”)  dat de uitwerking pas na geruime tijd inademen optreedt.

Door sterke verhitting treedt ontbinding op van een deel van de HFC227ea of HFC125 en vormt bvb. fluorzuur.  Die gedeeltelijke ontbinding is zelfs nodig voor ontwikkelen van de chemische bluswerking.  De hoeveelheid van de gevormde schadelijke ontbindingsproducten wordt beperkt gehouden door het vroegtijdig ingrijpen bij een brand (meestal, dank zij de rookdetectie, nog voordat er vlammen ontstaan) en door de snelle uitstroming.   De regels bepalen dat het tot vloeistof gecomprimeerde gedeelte van het blusgas binnen de 10 seconden moet zijn uitgestroomd.

 

VERORDENING (EG) Nr. 517/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen

HFC227ea (FM-200® / FE227™) en HFC125 (FE25™ / Ecaro25™) hebben een betrekkelijk hoge GWP-waarde (GWP staat voor Global Warming Potential = waarde die de invloed op de verhoging van het broeikaseffect aangeeft) en vormen daardoor het voorwerp van de Europese Verordening 517/2014 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen.  In deze Verordening worden regelmatige controles van de reservoirs door gecertifieerde gastechnici verplicht gesteld.

Samenvatting van de inhoud van de Europese Verordening 517/2014:

Nieuw geïnstalleerde systemen vormen, meteen al bij hun indienststelling, het voorwerp van een controle op dichtheid door een gecertifieerd gastechnicus.

Daarna zijn regelmatige controles door zo’n technicus vereist met een periodiciteit, die bepaald wordt door de hoeveelheid blusgas opgeslagen in de reservoirs van het systeem.